Het Platform Scheiden zonder schade onder leiding van oud-politicus André Rouvoet kwam 22 februari 2018 met haar rapport. Daarin zijn veel ideeën van familierechters overgenomen om vechtscheidingen te voorkomen. Eén daarvan is om een experiment te doen met verandering van de echtscheidingsprocedure. Doel is dan om het voor scheidende ouders makkelijker te maken om een probleem bij de rechter aan te kaarten. Anders dan nu wordt een geschil dan niet door twee advocaten aangebracht, maar door één persoon die beide ouders vertegenwoordigd. Of dat dan per sé een advocaat moet zijn, staat nog niet vast. De achterliggende gedachte is dat twee advocaten de ruziesfeer kunnen versterken. De rechter, eventueel bijgestaan door een gedragsdeskundige, kan dan proberen om partijen tot een oplossing te brengen, of snel knopen doorhakken.

Wie kan er tegen een laagdrempelige toegang tot de rechter zijn, niemand toch? En een proef kan duidelijk maken wat werkt en wat niet.

Toch een voorzichtige relativering. Het idee leunt zwaar op de aanname dat advocaten in het algemeen de escalatie tussen scheidende ouders bevorderen. Dat valt te betwijfelen (dat het past in het stereotype beeld/vooroordeel over advocaten is een wankele basis voor de aanname) zeker als het grootste deel van echtscheidingen wordt begeleid door gespecialiseerde familierechtadvocaten. Bovendien dreigt het gevaar dat rechters afdrijven van hun centrale taak (rechtspreken, juridisch oordelen over voorgelegde geschillen) en daarmee verwachtingen wekken die niet passen bij hun rol in de rechtsstaat. Rechters zijn er niet om ouderlijke verantwoordelijkheden over te nemen.

Misschien moeten andere vragen worden gesteld: Wat is nu eigenlijk het juridische gehalte van een conflict tussen ouders? Zijn rechters het best opgeleid en in de beste positie om pedagogische belangen te kennen en te behartigen? En: Wat is dat nou eigenlijk precies, concreet, dat prachtig klinkende belang van het kind?