126m. Het zegt u waarschijnlijk niets. Is het de lengte van een voetbalveld? Of een kinderkledingmaat? De totale Nederlandse staatssteun aan de bancaire wereld? Nee, nee, nee. Ik ben blij dat u mijn uitleg uit dit boekje haalt. Want lezen kan in stilte, zonder dat iemand het hoort. Een lezer kan niet worden afgeluisterd. Artikel 126m Wetboek van Strafvordering gaat namelijk over het opnemen van “niet voor het publiek bestemde communicatie die plaatsvindt met gebruikmaking van de diensten van een aanbieder van een communicatiedienst”. Maar in de gewone wereld zegt iedereen: over de telefoontap. Zo’n tap mag niet zomaar van de wetgever. Er moet een verdenking zijn van een zwaar misdrijf. Een misdrijf, zo zegt de wet, dat “een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert”. Gewelddadige delicten dus, of grootschalige misdrijven, of strafbare feiten die de samenleving als geheel raken. Denk daarbij aan zaken als moord, of aan handel in drugs of mensen of wapens, milieudelicten en omvangrijke fraude. Als je daarnaast de cijfers plaatst van het aantal telefoontaps (26.425 in 2008) draagt dat waarschijnlijk niet sterk bij aan een gevoel van veiligheid. In een politieonderzoek van ongeveer vijf jaar geleden was er ook volop getapt. De geluidsopnamen waren in de vorm van een transscriptie, een letterlijke schriftelijke omzetting, in het strafdossier terecht gekomen.

 

(p-v A01012004 onderzoek ‘Sneeuwwitje’; 16:13:25 u. verdachte RB belt uit naar NN):

NN: “Ja?”

RB: “Met mij. Ben je al wakker?”

NN: “Heey matti, wadup. Ja al veel tijd ombre. Wat heb je?”

RB: “Ik bel je voor die ballen. Hoe zal ik die bewaren?”

NN: “Balla, welke balla?”

RB: “Nee jij bent zelf een balla. Ballen zeg ik die bolletjes weet je, van gisteren. Daar zijn er nog van over, tien ofzo. Moeten die in de koelkast?”

NN: “Tien nog? Man die ga jij niet alleen doen. Timer! Kan ik meeproeven dan ga ik dashen. Ben nu nog in Domville.”

RB: “Wicked. ‘Kheb hier nog om te zippen. Later!”

(einde gesprek 16:15:56)

 

De politie wist genoeg. Die avond viel men de woning van cliënt binnen en arresteerde hem samen met zijn kameraad. Bij de huiszoeking ging natuurlijk uitgebreide aandacht uit naar de koelkast. Die was vrijwel leeg. De twee aangetroffen producten werden in beslag genomen en verzegeld. In het laboratorium bleek in de fles nog wat goedkope nepchampagne te bubbelen. En het aangesneden, worstvormige product met het uiterlijk van een salami bevatte inderdaad enkel salami. Van gekoelde bolletjes cocaïne of heroïne echter geen spoor. Maar tot grimmige opluchting van de politie werden op de keukentafel wél poederresten aangetroffen. Die werden zorgvuldig verzameld en voor analyse opgestuurd. De stof bleek calciumfosfaten te bevatten, ook wat zetmeel, maar voornamelijk sacharose. Goed voor een stevige kater. Voor de politie wel te verstaan. Het bevestigde namelijk de verklaring van beide verdachten over wat ze die avond hadden geconsumeerd: oliebollen met poedersuiker.

 

(Josh, bedankt voor de taalkundige brug naar je vader. Boks en booka mattie!)