“Ik zeg nog tegen dat dametje: Juffie, je staat daar nou wel zo kittig een prent uit te tekenen, maar ik sta hier nou koud vijf minuten. In die tijd had ik amper een kaartje uit de automaat kennen trekken. Dus weet je wat jij doet met je mooie roze bonbonnetjes? Ga gauw een straatje om”. De man, die een procedure had aangespannen tegen de Staat der Nederlanden en die eindelijk het door hem gewenste publiek in de vorm van een geduldig luisterende rechter tegenover zich had gevonden, kwam lekker op dreef. “Wat denkt u, begint dat bolhoedje opeens te blaten. Van dat ik maar had moeten zorgen voor een geldig parkeerbewijs en dat ik maar bezwaar moest maken als het mij niet beviel, beh, beh, beh. Dus ik zeg: En nou uit de weg, want ik ga niet wachten totdat jij zes cijfers en letters heb ontcijferd. Rijd ik achteruit, gewoon net zo rustig als altijd, blijkt dat ik een paar krasjes op d’r gelakte voetnageltjes heb achtergelaten”. De rechter onderbrak hem en vatte het vervolg samen. De parkeerwacht had aangifte gedaan bij de politie van mishandeling. De Officier van Justitie die over verdere vervolging moest beslissen, was kennelijk in een milde bui, want hij dagvaardde de dader niet, maar zond hem een transactievoorstel. Als er een bepaald boetebedrag zou worden betaald, zou de strafzaak zijn afgedaan. “Die boete is vervolgens voldaan van een bankrekening die op uw naam stond en binnen de betalingstermijn. Klaar, zou ik zeggen” hield de rechter de man voor. “Ja, hooggerechtigde, maar het was een en/of-rekening. Hij stond ook op naam van mijn vriendin. Zij had de brief van de Officier opengemaakt en omdat ik toen met buikgriep thuis lag, heb zij toen die boete maar snel betaald. Om me niet te ontlasten, begrijp u. Maar ik wist daar dus niks van!”. Hij was het niet eens geweest met de betaling en had hemel en aarde bewogen om zijn zaak toch voor de strafrechter te krijgen. “Ik ben geen crimineel wat zullen we nou krijgen. Met die betaling van die boete lijkt het net of ik schuld heb zitten te bekennen. En dat: egnie!”. Maar de Officier van Justitie had strafvervolging geweigerd. Betaald is afgedaan, luidde de conclusie van het O.M.

 

Een niet alledaagse rechtsvraag. Als iemand een betaling-/afdoeningvoorstel van Justitie krijgt, maar iemand anders betaalt die boete, is er dan een rechtsgeldige transactie tot stand gekomen, een schikking die niet meer herroepbaar is? De rechter stelde de man in het ongelijk. Er was door de aanvaarding van het voorstel een transactie tot stand gekomen. Een dergelijke voorziening, die mede in het belang is van verdachten, leent zich niet snel voor ongedaanmaking. In ieder geval niet in dit geval, vond de rechter. De man verbleef thuis toen het transactievoorstel zijn adres bereikte en de betaling was gedaan. Daarom werd hem die toegerekend. “Ach, al goed” reageerde hij gelaten. “Ik heb er mijn buik toch al niet meer vol van”.