In gedachten verzonken reed de advocaat het donkere weer in. Dikke, natte sneeuwvlokken spatten uiteen op de voorruit, maar hij merkte het nauwelijks. Hij had de route naar Kate, zijn vriendin, al zo vaak afgelegd dat hij er niet meer bij na hoefde te denken. Na het parkeren liep hij mijmerend naar het appartementencomplex. Het was extreem druk geweest op kantoor, al weken lang. Veel te veel dossiers vroegen om zijn aandacht, ook nu nog, in zijn hoofd dan, want het kantoor was gesloten. Hij had pas goed en wel beseft dat ook hij werd geacht om te vertrekken toen zijn secretaresse hem “Prettige kerstdagen!” wenste. O ja Kerst, had hij gedacht. O jee, hoe krijg ik dan die brief aan Vermaelen nog op tijd weg? En die zitting van Deknijper, die moest ook nog verder worden voorbereid.

 

Nog voor hij kon aanbellen, zwaaide de voordeur al open. Kate lachte hem enthousiast toe. Met een zucht plofte hij op de bank, automatisch het glas wijn oppakkend dat al op tafel klaar stond. Misschien kon hij morgen nog wat schrijven aan het pleidooi in de zaak Scheurder, bedacht hij. Hij merkte niet dat tegenover hem het gezicht van zijn vriendin betrok. Ze stond op en liep naar de keuken. Hij hield zijn inmiddels lege wijnglas nog in zijn handen toen zij terugkwam. “Alsjeblieft” zei ze beslist en ze hield hem een papiertje voor. Hij kende die blik van haar. Geen tegenspraak nu. Hij pakte het briefje aan. “Ik denk dat jij nog even richting supermarkt moet lopen. Ik heb niet alles compleet”. Hij keek op het papiertje en zag een lijst met boodschappen.

 

Toen hij naar buiten stapte, miste hij zijn jas meteen, maar terug was geen optie. Hij zette de kraag van zijn colbert op en zwoegde richting winkelcentrum. Binnen een minuut was hij doorweekt. Kletsnat en verfomfaaid stapte hij de helverlichte supermarkt in. Een liter melk, 300 gram suiker, twaalf eieren, room, kaneelpoeder, nootmuskaat, witte rum, kruidnagels en vanille-extract, las hij. En met grote letters ernaast: COMPLEET NAAR HUIS SVP! Helder, dacht hij: vooral niets vergeten dus. Na drie kwartier had hij eindelijk alles verzameld. Dacht hij. Het was de kassajuffrouw die hem uit de droom hielp. “Moet u geen nootmuskaat?” Hij keek haar vragend aan. “Nootmuskaat, u hebt ook nootmuskaat nodig. Ik zie dat u alles in huis haalt om zelf kerstadvocaat te maken, maar u bent de nootmuskaat vergeten”. Langzaam drong de boodschap tot hem door. Hij haalde het briefje tevoorschijn, keek nog eens en sloeg toen met zijn hand tegen zijn voorhoofd. “U hebt helemaal gelijk. Dát is wat zij wilde!” riep hij uit. Snel rekende hij af om de boodschappen vervolgens aan de verbouwereerde caissière te schenken. Daarna rende hij de winkel uit. Hijgend en onder de sneeuw belde hij aan. Toen de deur openging, zag hij pas hoe mooi zij eruit zag, de aandacht die zij aan zichzelf had besteed. Voor hem. Kaarslicht en kerstmuziek omlijstten haar. Zelfbewust versperde zij hem de toegang, quasi afkeurend, wachtend op een verklaring. “Ik heb het begrepen. Je wilde een kerstadvocaat. Hier ben ik” zei hij. Kate knikte goedkeurend. “Is hij er alleen in lichaam, of misschien inmiddels ook in geest?” vroeg ze. “Inmiddels compleet, schat” klonk het schuldbewust. Hij werd aan zijn stropdas naar binnen getrokken.