Het was vijf jaar daarvoor ook al eens gebeurd. Toen waren, achteraf bezien, de aanwijzingen dat het verkeerd zou gaan overduidelijk geweest. En nu dreigde de geschiedenis zich te herhalen. Nou, als het aan haar lag: mooi niet! Net als de vorige keer was het begonnen met stoere praatjes van de advocaat, voor wie zij als secretaresse werkte. Mijnheer de meester moest zo nodig rondbazuinen dat hij weleens wilde meedoen aan de Nieuwjaarsduik op 1 januari in Scheveningen. Je kon er natuurlijk op wachten tot zich een idioot zou aandienen die zou zeggen dat hij er óók wel wat voor voelde. Waardoor mijnheer de advocaat zijn grootspraak wel moest waarmaken. Eerlijk is eerlijk, hij had het wél gedaan. Ondanks een striemende sneeuwstorm was de advocaat warmbloedig de zee ingedoken. Een week later restte hem niets anders dan met een nóg warmbloediger koorts en een striemende longontsteking zijn bed in te rollen. De chaos die dat in zijn praktijk had veroorzaakt, was voor de secretaresse meer dan voldoende reden om al het mogelijke te doen herhaling te voorkomen. Toen er dus in november weer praatjes werden rondgestrooid om het nieuwe jaar zilt in te duiken, had de secretaresse doortastend gereageerd. Zij had haar werkgever opgegeven voor het strafpiketrooster van 1 januari. Want hoewel het hem een vrije dag kostte, het zou hem in ieder geval van de straat houden. Of, beter gezegd, van het strand.

 

Opgewekt meldde ik mij op de eerste dag van het nieuwe jaar bij de poort van het APU, het arrestantencomplex van de politie Utrecht in Houten. Iedereen die rond Oud en Nieuw was opgepakt en inverzekeringgesteld, had daar verplicht onderdak gekregen. Na het gebruikelijke papierwerk werd mij één van de advocatenkamertjes toegewezen, waar ik mij installeerde in afwachting van degenen die beslist een onprettiger jaarwisseling achter de rug hadden dan ik. Openlijke geweldplegingen, autobranden en een woninginbraak passeerden de revue. Iedereen had zijn eigen verhaal. Zoals bijna altijd was men opgelucht om de eigen beleving over te brengen aan een medestander, aan iemand die zonder reserve bereid is om te aanvaarden dat men claimt onschuldig te zijn. Na twee gesprekken begon de temperatuur in de ‘advocatenkamer’ echter tot tropische hoogte te stijgen. Ik bedacht, dat over het ontwerp van de ruimte beslist grimmig moest zijn nagedacht. In een daglichtloze ruimte van 1,5 x 1,5 meter staat een stoel en een schrijfbalie, die wordt gehalveerd door een dikke glasplaat. De andere kant van het glas is een spiegelbeeld van het hokje, maar dan bestemd voor de verdachte. Een spaarzame uitsparing maakt nog net communicatie mogelijk, en de gelegenheid om een visitekaartje te overhandigen. Vijf gaf ik er achtereenvolgens af en evenzoveel keer verleende ik rechtsbijstand. Plakkerig nam ik in een saunaklimaat afscheid van de laatste verdachte om buiten de heldere vrieslucht gretig in te zuigen. Volgend jaar maar weer eens een ouderwetse Nieuwjaarsduik!