Wat gebeurt er met de ‘eigen woning’ bij een echtscheiding? Bijna iedereen denkt dat er drie opties zijn:

  1. de woning wordt toebedeeld aan de ene partner/echtgenoot, die de ander de helft van de overwaarde vergoedt; of
  2. de woning wordt toebedeeld aan de andere partner/echtgenote, die aan de ene de helft van de overwaarde vergoedt; of
  3. de woning wordt verkocht en de opbrengst wordt gedeeld.

Maar er is een vierde optie, waaraan vaak niet wordt gedacht, namelijk:

  1. niets veranderen.

Partijen kunnen in onderling overleg besluiten om de situatie te laten zoals deze is. De woning blijft gezamenlijk eigendom, er wordt een afgesproken periode niet verdeeld en het huis blijft in gebruik bij (meestal) één van de ex-partners/-echtgenoten, meestal degene bij wie de kinderen de meeste tijd wonen.

Maar wat nu als zo’n afspraak ‘in onderling overleg’  niet te maken is? Als (om een stereotype scenario te schetsen) de man die zijn vrouw en kinderen verliet vanwege zijn nieuwe vlam, zegt: Allemaal leuk en aardig maar ik wil dat niet, ik wil gewoon mijn deel van de overwaarde. Het is toch zo dat niemand verplicht is om in een onverdeeldheid te blijven? Je kan toch altijd van een deeleigendom af?

Antwoord: Ja, maar daarop zijn uitzonderingen mogelijk, óók op grond van de wet. De rechter kan op verzoek van een deel-eigenaar de verdeling uitsluiten, voor maximaal vier jaar. De rechter maakt een afweging van belangen. Kansen dus voor de ‘ingeruilde en achtergelaten’ partner, zeker als die met de kinderen in de vertrouwde omgeving van de gezamenlijke woning wil blijven en bereid en in staat is om de woonlasten te dragen.

(Hof Arnhem-Leeuwarden 12 december 2017 ECLI: NL:GHARL:2017:11089)