Voor de muziek uit
De jeugd heeft de toekomst. Maar als het om kinderalimentatie gaat, heeft de jeugd nu nog alleen de toekomst.
Als een alimentatieplichtige geen financiële draagkracht heeft, hoeft hij (meestal is het een ‘hij’) geen alimentatie te betalen. Deze vuistregel in ons familierecht wordt in brede kring als onrechtvaardig ervaren als het gaat om kinderalimentatie. Immers, als de uitwonende ouder niet hoeft te betalen, komen de lasten volledig op de schouders van de ‘verzorgende ouder’, ongeacht of zij (meestal is het een ‘zij’) financieel draagkrachtig is of niet.
Deze onevenwichtigheid leidde tot een landelijk overleg tussen rechters en een informele, interne richtlijn over hoe men zou handelen als een alimentatieplichtige in een schuldsanering zit (en qua inkomen per definitie op of zelfs iets onder bijstandsniveau zit, dus met een voor alimentatie tekortschietende draagkracht). In hun interne richtlijn anticipeerden de rechters op komende wetgeving, waarin aan ‘draagkrachtloze’ alimentatieplichtigen toch een kinderalimentatie kan worden opgelegd. De rechters gingen ervan uit dat, in geval van een schuldsanering, de alimentatieverplichting toch voorrang zou krijgen op de vorderingen van de diverse schuldeisers.
En dus legde een rechter in een individueel geval een kinderalimentatie op van € 136,-- per maand per kind aan een man, die in de schuldsanering zat. De rechter ging er in zijn beslissing vanuit, dat de man een extra vrijstelling van zijn bewindvoerder zou krijgen ter grootte van het alimentatiebedrag. Sympathiek voor de kinderen in kwestie, maar minder voor de schuldeisers van de man, die dan immers minder te verdelen over hadden. De Hoge Raad zette een dikke rode streep door de alimentatie-uitspraak. De boodschap tevens slotakkoord: niet vooruitlopen op komende wetgeving rechters!

