De wekker komt van ver, maar met een noodgang, alle dromen op zijn pad verwoestend. Mijnheer Wisman legt hem met een geroutineerd gebaar het zwijgen op. Met zijn andere hand reikt hij naar Margriet, die al 34 jaar lief en leed met hem deelt. Hij tast in het niets. Door de flarden slaap heen dringt de gedachte pijnlijk binnen. Margriet is naar Amerika, naar Robert, hun zoon die zijn leven in New York vorm heeft gegeven. Mijnheer Wisman kent zijn mooie kleindochters alleen van foto’s. Zij lachen hem toe vanaf het nachtkastje, naast een foto van zijn dochter Sandra. Zij heeft nog geen kinderen toch, vraagt hij zich af, terwijl hij naar de badkamer loopt. Na de douche trekt hij op het toilet een sok aan zijn linkervoet. Hij mijmert verder, een blote man met een sok, moeizaam bedenkend wanneer hij iedereen weer zal zien.

 

Als zijn mobiel gaat, schrikt hij op en haast zich naar de slaapkamer. “Wisman”. Zijn stem klinkt hees. “Pap, is jij dat? Ik ben het, Robert, is mams around?” Boos verbreekt Wisman de verbinding. Wat zijn dit voor flauwe grappen, net te doen of Robert belt en naar zijn vrouw te vragen! Hij kleedt zich aan, maar voelt zich verward als hij naar beneden loopt, alsof er een mist in zijn hoofd komt opzetten. Beneden bij de trap staat een weekendtas. In de keuken ziet hij Margriet, met haar rug naar hem toe, bezig aan het aanrecht. Ze heeft hem horen aankomen. “Ik heb ook sinaasappelsap voor je geperst. Wil je nu al koffie, of straks?” Die stem, denkt hij, in al die jaren niet veranderd, nog even lief en zorgzaam als in het begin. Hij loopt naar haar toe en legt zijn handen op haar heupen, zoals vroeger. Ook handen hebben een geheugen. Haar zucht schokt naar buiten. Als zij zich omdraait, ziet hij roodomrande ogen. Haar verdriet doet de herinnering aan gisteren opvlammen. De psychiater die hij eerder had gesproken, zijn dochter, de advocaat en een afvaardiging van de rechtbank. Margriet was niet bij de zitting thuis geweest, dat wilde zij niet. Zijn advocaat was de enige die aan de rechter had uitgelegd dat hij thuis wilde blijven wonen, dat het best ging zo, met de steun van iedereen. Maar de rechter had naar de arts geluisterd en had deze gemachtigd om Wisman gedwongen op te nemen. De opname, vandaag. Als Margriet de koffie in de woonkamer neerzet, huilt zij geluidloze tranen. Wisman gaat naast haar zitten en slaat een arm om haar heen. “Het zal wel goed gaan, echt, ik kom weer veilig terug”.

 

De bel gaat en Wisman doet open. Een ambulancebroeder met een open, vriendelijk gezicht steekt zijn hand uit en stelt zich voor. Bij het wegrijden ziet Wisman dat Sandra er is en haar moeder omarmt. “Huilen ze?” vraagt hij de broeder. Die knikt. “Komt wel goed” zegt Wisman. “Ik ga op vakantie naar Amerika, naar Robert”. De broeder knikt opnieuw, begrijpend. “Dat is een lange reis. Waarom gaat u niet even liggen?”